20 januari 2012

SGP bezint zich op rapport Enquêtecommissie Grondbedrijf Apeldoorn

Donderdag 19 januari heeft de Enquêtecommissie Grondbedrijf, ingesteld door de gemeenteraad, haar bevindingen gepresenteerd; na tien maanden onderzoek. Onze fractievoorzitter Henk van den Berge is voorzitter van deze commissie en bood het rapport aan aan de burgemeester en de gemeenteraad. De titel van het rapport is: ”De grond wordt duur betaald”. In het slechtste geval is er immers een verlies in het grondbedrijf van 200 miljoen euro.

Klik hier om het rapport te openen

Tijdens de presentatie kwamen de hoofdconclusies naar voren. Samenvattend kan het volgende gezegd worden. Het college van Apeldoorn heeft de gemeenteraad onjuist, onvolledig en te laat geïnformeerd over problemen bij het grondbedrijf. Daarnaast zijn hoofdoorzaken van de miljoenenverliezen onder andere een te groot optimisme over mogelijkheden voor woningbouw, een te grootschalige verwerving van grond (218 hectare in plaats van de geplande benodigde 160 hectare) en het negeren van kritische signalen over te ambitieuze woningbouwplannen. Apeldoorn heeft te grote risico’s genomen, strategische fouten gemaakt en waarschuwingen in de wind geslagen.


Het college en de raad zagen het grondbedrijf te veel als een geldmachine om gemeentelijke projecten te financieren, concludeert de enquêtecommissie. Het gemeentebestuur onttrok van 2006 tot 2010 geld aan de algemene reserve van het grondbedrijf, terwijl de risico’s toenamen. Ook het huidige college valt volgens de enquêtecommissie het nodige te verwijten.  Volgens de enquêtecommissie heeft het college de gemeenteraad „bewust onjuist geïnformeerd” over de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein ten zuiden van de A1. Het college verzweeg een negatief resultaat van 15 miljoen euro, maar rekende erop dat woningbouw op die plek 20 miljoen euro zou opbrengen. De commissie heeft ondanks herhaalde verzoeken nergens een onderbouwing van die 20 miljoen kunnen vinden.

Er waren ook kritische woorden in de richting van de gemeenteraad zelf. De commissie concludeert dat de raad „erg lijdzaam” is geweest en veel ontwikkelingen heeft laten passeren. Raadsleden hadden „kritische vragen moeten stellen en aanzienlijke verbeteringen in de informatie­voorziening moeten eisen.”

Een andere oorzaak van de problemen is dat de verhoudingen tussen wethouders onderling en tussen wethouders en ambtenaren geen schoonheidsprijs verdienen, zo concludeert de commissie. Bij de afdeling ruimtelijke ontwikkeling (RO) blijkt een angstcultuur te bestaan, waarin kritiek niet op prijs werd gesteld. Tot verbazing van de enquêtecommissie reageerde het college zelfs niet op waarschuwingen van de directeur RO. De commissie toonde zich „geschrokken” van deze bestuurlijke cultuur. De gemeentesecretaris heeft een „te passieve” rol gespeeld bij het oplossen van de problemen. De „robuuste stijl” van optreden van wethouder Metz (VVD) werd expliciet genoemd als mede­oorzaak van de heersende angstcultuur. De bestuurscultuur leidde verder tot de nodige directiewisselingen bij RO.
Ook bleek dat de accountant van de gemeente vaak in te zachte bewoordingen had gewaarschuwd over de ontwikkelingen bij het grondbedrijf. Daarnaast blijkt dat de gemeentelijke controller geen onafhankelijke positie inneemt ten opzichte van het grondbedrijf.

Aan het eind van de presentatie bood Van den Berge het eerste exemplaar aan onze waarnemend-burgemeester Esmijer aan. Deze gaf de raad met nadruk het advies mee het rapport “grondig” te bestuderen voordat er (hoe verleidelijk ook) allerlei reacties (aan de pers) worden gegeven en politieke conclusies worden getrokken.

Als SGP-fractie vinden wij dat de enquêtecommissie het verdient dat het rapport goed wordt doorgenomen voordat het inhoudelijke debat zal plaatsvinden. Wat overigens gepland staat op 2 februari a.s.
We gaan een spannende tijd tegemoet.