6 juli 2022

Joods vastgoed

Een onderzoek van de Radboud Universiteit over de onteigening van Joods Vastgoed in Apeldoorn heeft duidelijk gemaakt dat de gemeente weinig tot geen hulp heeft geboden bij het rechtsherstel na de afloop van de Tweede Wereldoorlog. Een Joodse familie moest na de oorlog niet alleen moeite doen om hun huis terug te krijgen, wat niet zeker was, maar zelfs als zij het kregen, moesten zij de achterstallige belasting betalen. Een bedrag is aan de hand van dit onderzoek beschikbaar gesteld om een symbolisch gebaar van erkenning en compensatie naar deze zwarte bladzijde in de Apeldoornse geschiedenis. Het college van bestuur en wethouders heeft een voorstel ingediend om dit geld te besteden aan de bouw van een herdenkingscentrum bij het Apeldoornse Bosch, het onderhouden en plaatsen van monumenten en het aanbieden van nieuwe educatie mogelijkheden om mensen te onderwijzen over de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Apeldoorn.

Afgelopen donderdag 30 juni verzamelden de veertien fracties zich in het gemeentehuis samen met betrokkenen vanuit de Joodse gemeenschap en ontstond er een openhartig en emotioneel gesprek. De SGP wil recht doen en kijken naar de problemen die we in de maatschappij zien. Antisemitisme groeit en we zien dat veel mensen niet weten wat de Joodse burgers in Apeldoorn hebben moeten doorstaan. Daarom ondersteunen wij het voorstel van het college en hopen we dat het bieden van mogelijkheden voor het onderwijs verder geconcretiseerd wordt en ook een stimulans zal zijn. Educatie is de weg naar begrip voor elkaar en een stap in de strijd tegen discriminatie op basis van religie of etniciteit.

Wij danken nogmaals de Radboud Universiteit voor haar onderzoek en allen die erbij betrokken waren. ‘Nooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter liefgehad’, is de tekst op het monument het Apeldoornsche Bosch. Laten wij daad bij het woord voegen.

 Door: Pieter van Duijvenboden, fractievertegenwoordiger SGP Apeldoorn